RUST & RUIMTE
over stilte, geluid en betekenisvol leven
Mijn partner houdt niet van spontaan bezoek
Ik dacht lange tijd dat hij er gewoon geen zin in had. Totdat ik begon te begrijpen wat onverwachte drukte met hem doet.
Voor dit artikel sprak ik met een goede vriendin die ik al jarenlang ken. Ik zag van dichtbij hoe zij en haar man regelmatig tegen hun verschillen aanliepen, maar ook hoe begrip uiteindelijk ruimte tussen hen bracht.
Het is een eer dat zij mij haar verhaal heeft toevertrouwd en dat ik het op papier mag zetten.
Stapelverliefd
Mijn man en ik kennen elkaar al vanaf onze tienerjaren. We waren jong en stapelverliefd.
In die periode zagen we vooral hoeveel we op elkaar leken. We konden eindeloos praten, samen lachen en dromen over de toekomst. Al op jonge leeftijd besloten we samen te gaan wonen, te trouwen en een leven met elkaar op te bouwen.
Pas toen we langere tijd samenwoonden, werden onze verschillen duidelijker.
Ik had behoefte aan mensen om mij heen. Aan gezelligheid, vrienden, uitjes en plannen die soms spontaan ontstonden. Ik wilde eropuit en met volle benen in de wereld staan.
Mijn man vond veel van die dingen ook leuk, maar liever gepland en afgebakend. Hij wilde weten waar we naartoe gingen, wie erbij zouden zijn en hoe lang iets ongeveer duurde. Thuis, met weinig reuring, voelde hij zich vaak het prettigst.
Wat eerst een klein verschil leek, begon steeds meer ruimte in te nemen.
Ik begon voor hem te denken. Vooral spontaan bezoek werd een gevoelig punt.
Zodra de deurbel ging, was ik niet meer alleen bezig met wie er voor de deur stond. Ik hield ook zijn reactie in de gaten.
Soms dacht ik zelfs: jij bent helemaal niet leuk.
Ik dacht vooruit. Zou hij zichtbaar laten merken dat hij dit vervelend vond? Zou hij zich terugtrekken? Zou het bezoek zich ongewenst voelen?
Daar speelde ook schaamte in mee. Ik vond het moeilijk om tegen vrienden en familie te zeggen dat mijn man niet van spontaan bezoek hield. Ik wilde dat zij ons als een leuk en gastvrij stel zagen.
Dus probeerde ik te compenseren. Ik praatte extra veel, hield de sfeer in de gaten en probeerde alles soepel te laten verlopen en hoopte maar dat niemand door zou hebben dat hij ier eigenlijk helemaal niet op zat te wachten.
Op een gegeven moment merkte ik zelfs dat ik het prettig vond als hij aan het werk was en ik alleen thuis was. Niet omdat ik hem niet om mij heen wilde hebben, maar omdat ik dan niet voor hem hoefde te denken.
Als er dan iemand onverwacht langskwam, kon ik gewoon blij zijn. Ik wilde dat hij veranderde.
Hoe meer ik probeerde op te lossen, hoe geïrriteerder ik op hem raakte. Ik wilde dat hij beter kon schakelen. Dat hij enthousiast reageerde op een uitje. Dat hij blij opstond als de deurbel ging.
Ik wilde simpelweg een partner voor wie ik niet voortdurend hoefde na te denken.
Zonder dat ik het goed doorhad, probeerde ik hem te veranderen. Niet alleen omdat ik wilde dat hij meer zou genieten, maar ook omdat ik zelf niet langer op spanning wilde staan.
Soms dacht ik zelfs: jij bent helemaal niet leuk.
Dat voelde verwarrend.
We hielden van elkaar, konden het ontzettend fijn hebben en hadden nog steeds veel overeenkomsten. Toch leken juist deze verschillen steeds meer tussen ons in te komen staan.
Het kantelpunt kwam tijdens een gesprek met een goede vriendin. Met haar besprak ik alles open en eerlijk, dus ook mijn frustratie.
Ze luisterde en vroeg toen: “Heb je je weleens afgevraagd wat er op zo’n moment in hem gebeurt?”
Tot dan toe had ik vooral gekeken naar wat ik aan de buitenkant zag. Zijn gebrek aan enthousiasme. Zijn behoefte om thuis te blijven. Zijn moeite met onverwachte plannen.
Mijn conclusie was meestal eenvoudig: hij heeft er geen zin in.
Maar mijn vriendin vroeg: “Denk je dat hij deze dingen gewoon niet leuk vindt? Of doen die situaties misschien iets met hem wat jij niet ziet?”
Die vraag bleef hangen. Niet: waarom doet hij zo? Maar: wat gebeurt er eigenlijk in hem?
Voor het eerst probeerde ik te begrijpen. Ik besloot met hem in gesprek te gaan. Niet tijdens een ruzie en niet op een moment waarop de irritatie alweer hoog was opgelopen.
Wanneer zich daarna een situatie voordeed waarin ik normaal direct zou reageren, vroeg ik: “Wat gebeurt er nu precies in jou?”
Hij was verbaasd. Eerlijk is eerlijk: daarvoor had ik hem die ruimte nauwelijks gegeven. Ik liet vooral merken dat ik teleurgesteld of geïrriteerd was.
Nu probeerde ik eerst te luisteren. Ik zei tegen hem:
“Ik denk dat wij elkaar pas echt kunnen vinden als ik begrijp wat deze situaties met jou doen. Maar ik heb ook nodig dat jij begrijpt wat jouw reactie met mij doet.”
Dat gesprek veranderde niet meteen alles.
Maar voor het eerst stonden we niet meer tegenover elkaar. We keken samen naar hetzelfde probleem.
Dezelfde kamer, een andere ervaring
Hoe meer hij vertelde, hoe meer ik besefte dat ik oprecht niet begreep hoe prikkels bij hem binnenkwamen.
Als ik met een boek op de bank zit en er wordt in de keuken gekookt, kan ik gewoon doorlezen. Ik hoor de afzuigkap, de pannen en de kastjes, maar die geluiden verdwijnen vanzelf naar de achtergrond.
Bij mijn man gebeurde dat niet.
De kraan ging lopen.
Een pan werd neergezet.
Een kastdeur viel dicht.
Ieder geluid trok hem opnieuw uit zijn boek.
Ik had altijd gedacht dat wij hetzelfde hoorden en dat hij zich er alleen meer aan ergerde. Pas toen begon ik te begrijpen dat horen en verwerken niet hetzelfde zijn.
Dezelfde kamer. Hetzelfde boek. Dezelfde geluiden.
Maar niet dezelfde ervaring.
Samen naar de therapeut
Omdat we meer inzicht wilden, gingen we samen naar de huisarts en daarna naar een therapeut.
Niet omdat mijn man gerepareerd moest worden. We wilden begrijpen hoe hij functioneerde en wat het verschil tussen ons betekende.
De uitleg van de therapeut was eenvoudig, maar veranderde veel.
Onze hersenen ontvangen voortdurend prikkels: geluiden, bewegingen, geuren, aanrakingen, licht, gedachten en signalen uit ons lichaam. Om te kunnen functioneren, wordt een groot deel daarvan automatisch gefilterd.
De therapeut vergeleek dat filter met een zeef.
Bij sommige mensen is de zeef fijnmazig. Veel informatie wordt tegengehouden of naar de achtergrond verplaatst. De prikkels zijn er wel, maar vragen niet allemaal bewuste aandacht.
Bij andere mensen is de zeef grofmaziger. Er glippen meer prikkels doorheen. Geluiden, bewegingen en andere indrukken blijven nadrukkelijker aanwezig en moeten worden verwerkt.
Begrip veranderde onze relatie.
De uitleg van de therapeut was voor mij bijna levensveranderend. Voor het eerst zag ik de reactie van mijn man niet meer alleen als onwil. Ik begon te zien hoeveel informatie er op zulke momenten bij hem binnenkwam en hoeveel energie het hem kostte om te schakelen.
Mijn behoefte aan gezelligheid verdween daardoor niet. Ik wilde nog steeds mensen zien, eropuit gaan en soms iets spontaan doen.
Maar we konden er nu anders over praten. Ik hoefde niet meer automatisch voor hem te denken. Hij leerde eerder uit te spreken wat hij nodig had.
Soms betekent dat dat bezoek vooraf wordt aangekondigd. Soms spreken we af hoelang iets ongeveer duurt. Soms gaat hij mee en neemt hij daarna tijd om te herstellen. En soms ga ik alleen.
We proberen elkaar niet meer hetzelfde te maken. We proberen ruimte te maken voor het verschil.
De deurbel klinkt nog steeds hetzelfde. Mijn man houdt nog steeds niet van spontaan bezoek.
Ik vind het nog steeds gezellig wanneer iemand onverwacht voor de deur staat. De deurbel klinkt niet anders dan vroeger.
Maar wat er daarna tussen ons gebeurt, is wel veranderd. Ik begrijp dat zijn eerste reactie niet automatisch iets zegt over zijn liefde voor mij, onze vrienden of ons gezamenlijke leven. En hij begrijpt beter wat zijn reactie met mij kan doen.
Onze verschillen zijn niet verdwenen, maar nu kunnen we ze zien.
En soms begint begrip niet met een oplossing, maar met een eenvoudige vraag:
Wat gebeurt er op dit moment eigenlijk in jou?
Hoe werkt prikkelverwerking?
Ieder moment van de dag krijgen onze hersenen veel informatie te verwerken. We horen geluiden, zien bewegingen, voelen aanrakingen en merken geuren, licht en temperatuur op. Ook gedachten, emoties, vermoeidheid, honger en pijn zijn prikkels.
Niet al die informatie krijgt evenveel aandacht. Onze hersenen selecteren voortdurend wat op dat moment belangrijk is. Andere prikkels worden gedempt of naar de achtergrond verplaatst.
Die filtering werkt niet bij iedereen hetzelfde. Je kunt prikkelverwerking vergelijken met een zeef.
Dat betekent niet dat iemand beter hoort of meer ziet. Het verschil zit vooral in wat het brein met die informatie doet.
Wanneer veel prikkels tegelijk binnenkomen, kost het meer moeite om de aandacht vast te houden, te schakelen of te ontspannen. Zeker na een drukke dag, weinig slaap of veel spanning kan de hoeveelheid prikkels sneller te veel worden.
Een andere prikkelverwerking is niet goed of fout. Iemand die veel details opmerkt, kan juist gevoelig zijn voor sfeer, veranderingen en nuances. Diezelfde gevoeligheid kan in een drukke omgeving ook veel energie kosten.
Herken jij iets van jezelf in dit verhaal? Of zie je iemand in je omgeving ineens met andere ogen?
Misschien heb jij zelf ervaren hoe het is wanneer prikkels anders binnenkomen. Of misschien heb je lang gedacht dat iemand ongezellig, afstandelijk of moeilijk was, terwijl er iets anders achter bleek te zitten.
Ik hoor graag jouw eerlijke verhaal.
Wat hielp jou om jezelf of de ander beter te begrijpen?












