RUST & RUIMTE

over stilte, geluid en betekenisvol leven

Ik wil een trekking gaan doen in Nepal.
Wil je mee?

Wat die reis mij bracht, zou jij nooit vantevoren kunnen bedenken.

Esther van den Bergakoestisch adviseur

Leestijd: 9 minuten – Nepal, reizen, reflectie

28 jaar en vrijwel overal voor in. Dat was waarschijnlijk ook wat een vriend van mij dacht toen hij vroeg:

“Zullen we een trekking gaan doen in Nepal?”

Lang dacht ik niet na hierover en voelde meteen enthousiasme. Mijn antwoord was ongeveer: “Ja leuk!”

Niet veel later waren de tickets geboekt. Vier weken Nepal, met daarin een trekking van ruim twee weken.

Ik had nog nooit langer dan één dag gewandeld. Ik was nog nooit in Azië geweest en had me ook nooit serieus verdiept in trekkings, hoogteziekte of slapen op houten planken.

Maar goed. Hoe moeilijk kon het zijn?

Moest ik hiervoor trainen?

De eerste persoon die vroeg hoeveel ik voor de trekking aan het trainen was, zorgde voor een klein moment van verwarring.

Trainen?

Tot dat moment was ik ervan uitgegaan dat ik dit gewoon zou kunnen. Ik loop graag een paar kilometer hard voordat de dag begint, hou van volleyballen en stap graag op de mountainbike. Geen topsporter, maar prima conditie, een lichaam dat goed meewerkt en voldoende doorzetting om gewoon door te lopen.

Gelukkig was Bart, de vriend met wie ik ging, goed georganiseerd. Hij regelde de reis, de trekking, een gids en een drager. Ik kreeg een paklijst toegestuurd met daarop allerlei spullen waarvan ik het nut niet echt van inzag. 

Een echte schopper ben ik niet en dus schafte ik alles aan. Een slaapzak die geschikt was voor temperaturen onder nul, een speciale zonnebril tegen de weerkaatsing van de sneeuw, wandelstokken, goede bergschoenen en een afritsbroek. Dat laatste kocht ik, maar onder de belofte: nul foto’s van mij in die afritsbroek.

Spoiler: op vrijwel alle foto’s draag ik die broek – hij was fantastisch.

Een andere wereld

De aankomst in Nepal vond ik al fascinerend.

De luchthaven was druk en chaotisch. Mensen riepen door elkaar heen, overal bewoog iets en daarna kwam Kathmandu: verkeer, geuren, kleuren, geluiden en mensen, allemaal tegelijk.

Waar een ander misschien eerst moest wennen aan alle prikkels, keek ik vooral mijn ogen uit. Alles was nieuw en juist daarom wilde ik alles zien, horen en begrijpen.

Vanuit Kathmandu vlogen we naar Pokhara. Daar lieten we een deel van onze spullen achter. Alleen wat we echt nodig hadden, ging mee de bergen in.

Vroeg in de ochtend werden we opgehaald door onze gids en drager. We reden steeds verder richting het startpunt van de trekking.

De eerste dag liepen we nog over wegen waar af en toe een auto kon komen. Tijdens de tweede dag veranderde dat. De bewoonde wereld raakte steeds verder uit zicht.

Vanaf dat moment gingen we alleen nog te voet verder.

En ineens liep ik alleen

Onze gids benadrukte het belang van in je eigen tempo lopen en al snel liepen Bart en ik grote stukken los van elkaar. 

Ik liep wat sneller en vond het geweldig om steeds verder de bergen in te gaan. Vaak liep ik voorop, ergens in de buurt van onze drager. Bart liep verder achter mij, samen met de gids. Regelmatig gecheckt, dit was meer dan prima en tijdens de stops zagen we elkaar weer.

De drager sprak vrijwel geen Engels en ik geen Nepalees. Bovendien liep hij meestal niet naast me, maar gewoon ergens in de buurt.

En zo liep ik ineens alleen. Niet een paar minuten, maar uren achter elkaar.

Alleen met het geluid van mijn voetstappen, de natuur en mijn gedachten.

Daar, midden in de bergen, besefte ik iets:

Volgens mij was ik nog nooit eerder écht alleen geweest.

Ik kom uit een gezin met vier kinderen. Ik houd van gezelligheid, mensen, onverwachte plannen en spontaan bezoek. Ik dacht altijd dat ik vooral daarvan energie kreeg.

Rust, stilte en lange tijd alleen zijn kende ik eigenlijk nauwelijks.

En wat bleek? Ik vond het heerlijk.

Niemand vroeg iets aan me. Ik hoefde niets uit te leggen, te organiseren of op te lossen. Mijn gedachten hoefden nergens naartoe.

Het enige wat ik hoefde te doen, was mijn ene voet voor de andere zetten.

Een kop thee, een goed verhaal en een biertje

We kwamen meestal aan het einde van de middag aan bij een lodge. Voor de beeldvorming: met geluk een koude douche – zelden internet – en eten wat de pot schaft. Precies niets meer of minder dan een mens nodig heeft. Daar ontmoetten we andere trekkers uit allerlei landen.

Iedereen had een eigen reden om door de Himalaya te lopen. Sommigen droomden er al jaren van. Anderen wilden zichzelf fysiek uitdagen of afstand nemen van een moeilijke periode.

Mijn verhaal was meestal wat minder diepgaand. Bart vroeg of ik mee wilde en ik had ja gezegd.

De meeste trekkers dronken verstandig thee en gingen vroeg slapen. Ik had na een hele dag wandelen toch echt wel zin in een biertje en dus tegen alle adviezen in, is dat wat ik nam. 

De combinatie was perfect: uren alleen zijn en daarna weer mensen ontmoeten. Juist door de rust overdag leek ik ’s avonds beter te luisteren. Niet alleen wachten tot ik zelf iets kon zeggen, maar werkelijk horen wat iemand vertelde.

De stilte maakte me niet minder sociaal.

Ze maakte de ontmoetingen juist waardevoller.

Het was helemaal niet stil

Geen moment heb ik daar hoog in de bergen de stad, de drukte of het voortdurende geluid van mensen gemist. Maar stil was het in de Himalaya eigenlijk nooit.

Ik hoorde wind, stromend water, vogels, dieren en het ritme van mijn eigen voetstappen. De natuur produceert voortdurend geluid.

Toch voelde het stil. Misschien omdat die geluiden niets van mij wilden. Ik hoefde er niet op te reageren. Ik hoefde niets te beantwoorden, uit te zetten, te negeren of op te lossen.

De geluiden waren er gewoon. Dat verschil begrijp ik nu ook vanuit mijn werk als akoestisch adviseur steeds beter.

In mijn vak kijk ik naar geluid in ruimtes. Naar harde oppervlakken die geluid terugkaatsen, naar galm en nagalm en naar wat er gebeurt wanneer stemmen, apparaten en beweging zich in een ruimte blijven opstapelen.

Ik weet hoe een ruimte klinkt wanneer die akoestisch goed in balans is. Wanneer geluid niet voortdurend blijft rondzingen en je oren en hoofd niet onnodig worden belast.

Maar de rust in de bergen was anders.

Een goed ingerichte ruimte kan geluid verzachten. Materialen kunnen galm verminderen en ervoor zorgen dat een ruimte prettiger en rustiger aanvoelt.

Maar in Nepal verdween niet alleen de nagalm uit mijn omgeving.

Ook de voortdurende verwachting om ergens op te reageren verdween.

Misschien is dat het verschil tussen akoestische stilte en werkelijke rust

Akoestische rust ontstaat wanneer geluid zich prettig gedraagt in een ruimte. Wanneer het niet hard terugkaatst en je niet voortdurend overspoelt.

Werkelijke rust ontstaat wanneer ook jij zelf even nergens naartoe hoeft.

De bergen waren niet stil.

Maar ze vroegen niets van mij.

En misschien was dat wel de stilste plek waar ik ooit ben geweest.

Wat betekent rust voor jou?

Sinds die reis zie ik rust niet meer als de afwezigheid van geluid.

Rust ontstaat wanneer geluid, ruimte en aandacht met elkaar in balans zijn. Wanneer je omgeving je niet voortdurend uit jezelf haalt.

Soms vind je dat op een bergpad in Nepal.

Soms begint het gewoon thuis, in een ruimte waarin geluid niet langer alle kanten op blijft kaatsen.

Heb jij ook zo’n ervaring gehad? Een moment waarop het om je heen misschien niet stil was, maar jij toch echte rust voelde?

“Rust ontstaat wanneer je omgeving je niet voortdurend uit jezelf haalt.”

Ontvang het officieële testrapport gratis in je mailbox.